In de voetsporen van Jezus

Bijbelse cultuurreis naar Jordanië en Israël.

Medio juni 2017 namen wij deel aan deze reis, georganiseerd en begeleid door pastor B. Buit. We beginnen met Mozes en het volk Israël in de woestijn, en eindigen met het graf van Jezus nabij Jeruzalem. In verband met de beschikbare ruimte voor dit artikel worden niet alle bezochte plaatsen en bezienswaardigheden genoemd.
Durk Elzinga & Ria de Kleijn

 

Zoals het volk Israël tijdens de tocht van Egypte naar het beloofde land ‘zijn tenten opsloeg’ in de woestijn, overnachten wij in een bedoeïenkamp in Wadi Rum, de grootste woestijnvallei in Jordanië. Wij verkennen dit gebied door middel van een jeepsafari. Rijdend door dit overweldigende, maar ook stoffige en winderige landschap is het goed voorstelbaar dat na jaren omzwerven het volk tegen Mozes in opstand kwam. Bijzonder is dat onder dit droge gebied het grootste natuurlijke waterreservoir van Jordanië ligt, waaruit onder andere de hoofdstad Amman van water wordt voorzien. Of het een met het ander verband houdt is de vraag, maar hier bevindt zich ook de ‘Mozesbron’ met het rotsblok waar volgens de plaatselijke overlevering Mozes met zijn staf op sloeg, waarop water te voorschijn kwam.
Uiteraard bezoeken we de verborgen rotsstad Petra met zijn imponerende tempels en andere overblijfselen van de voormalige hoofdstad van de Nabateeërs.
Van hier reizen we over de Koningsweg naar de berg Nebo, vanwaar Mozes het beloofde land in de verte mocht zien. Een verklaring voor de naam van deze weg is, dat Mozes toen hij het huidige Jordanië bereikte, aan de koning van de Edomieten toestemming vroeg om door zijn grondgebied te mogen reizen.

Voor ons zijn vanaf de berg duidelijk zichtbaar de Jordaan en de Dode Zee, met daarachter de contouren van Israël. Boven op de berg staat rondom een paal een slang, zoals Mozes destijds vervaardigde in de woestijn (Numeri 21, 4-9).
In Jordanië brengen we tenslotte een bezoek aan de Oude Stad van Jerash, één van de belangrijkste, best bewaarde Grieks-Romeins-Byzantijnse steden in het Midden-Oosten.

Na een overnachting in Tiberias aan het Meer van Galilea, schepen wij ons in voor een rustige overtocht over het meer. Volgens onze gids kan het hier echter behoorlijk stormen zoals beschreven in het evangelie (Mt. 8, 23-27). Rondom dit meer bracht Jezus het grootste deel van Zijn openbare leven door en verrichtte Hij zijn meeste wonderen. Hier bevindt zich de berg waar Hij voor zijn leerlingen de bergrede uitsprak. Wij bezoeken de kerk, met zijn acht hoeken die de acht zaligsprekingen symboliseren, welke ook te lezen zijn in de ramen van de kerk.

Aan de voet van de berg ligt het dorp Tabgha, waar volgens de overlevering de broodvermenigvuldiging zou hebben plaats gehad. In de kerk hier ligt onder het altaar de steen waarop Jezus het brood gelegd zou hebben, met voor het altaar een vroeg-vijfde-eeuws mozaïek met het brood en de vissen.
In Kafarnaüm, de woonplaats van Jezus (hij logeerde meestal in het huis van Petrus), vinden we de resten van diens huis.
Het volgende reisdoel is de berg Tabor (“Jezus nam Petrus, Jacobus en diens broer Johannes … en bracht hen boven op een hoge berg …”) waar volgens de christelijke traditie de transfiguratie van Christus heeft plaats gehad. Inderdaad: een hoge berg. Wij bereiken de top met taxibusjes over een steile weg met haarspeldbochten. Zoals op de meeste plaatsen waar een bijzondere gebeurtenis uit het leven van Jezus heeft plaats gehad, ook hier een kerk met een voorstelling die verwijst naar de gebeurtenis. In dit geval een mozaïek met Jezus tussen Mozes en Elia.


In Nazareth bezoeken wij de Aankondigingkerk, de plaats waar de engel Gabriël de geboorte van Jezus aan Maria verkondigde. De grot onder de naastgelegen St. Jozefkerk zou volgens de overlevering tot de woning van Jozef en Maria hebben behoord, met de werkplaats van Jozef.
De Geboortekerk in Bethlehem is een enorme basiliek met delen van oude 4de-eeuwse mozaïeken. De plaats waar Jezus geboren zou zijn is gemarkeerd door een zilveren ster. In de nabijheid ligt de Melkgrot. Volgens de overlevering zou Maria, op weg naar Egypte, hier Jezus hebben gevoed waarbij een druppel melk op de grond zou zijn gevallen. Op de herdersvelden vieren we de eucharistie.
De Jordaan is tegenwoordig niet meer dan een stroom van 5 à 6 meter breed. De plaats waar volgens de overlevering Jezus werd gedoopt door Johannes de Doper wordt door Christenen uit de gehele wereld bezocht door dopelingen. Zo wordt hier ook een uit onze groep door de pastor gedoopt.

Jeruzalem.
De stad naderend van de kant van Betanië, over de Olijfberg, heb je een fantastisch uitzicht over de Oude stad met de Tempelberg, de Westelijke Muur, de Al-Aqsamoskee en de Rotskoepel.
De Hof der Olijven is tegenwoordig een tuin met onder andere acht (eeuwen)oude olijfbomen.
Van de Oude stad resteert na de verwoesting door de Romeinen in het jaar 70 slechts een stuk van de Westelijke muur, niet een restant van de tempelmuur zoals vaak wordt aangenomen doch een deel van de muur die Herodes rond de tempel bouwde. Dit stuk muur, de Klaagmuur, is de heiligste plaats voor de joden, het Joodse symbool bij uitstek. Op het plein voor de muur zijn wij, mannen en vrouwen van elkaar gescheiden door een omheining, getuige van een Bar Mitswa viering. Hele families met een dertien-jarige jongen als een vorst onder een baldakijn, lopen onder hoorngeschal en tromgeroffel op weg naar het plein.
Wij lopen de Via Dolorosa, van de Leeuwenpoort in de omgeving waarvan destijds het paleis van Pilatus lag tot de Heilige Grafkerk met de kapel met de graftombe van Jezus. (Hoewel wordt betwijfeld of dit het echte graf van Christus is, blijft de kerk de laatste en meest heilige statie van de kruisweg.)
Golgotha (Schedelplaats) was destijds een heuvel buiten de stadsmuren van Jeruzalem. De plaats “skull hill” is tegenwoordig nog herkenbaar door de vorm van een gezicht/schedel in een rotsformatie. In de directie omgeving bevindt zich de graftuin met – meer waarschijnlijk – het graf van Jezus, uitgehouwen in de rots.

Deel dit artikel