OVERWEGING 10e ZONDAG DOOR HET JAAR B – 8 en 9 juni 2024

  

Genesis 3, 9-15; 2 Korinthe 4,13-5,1 Marcus 3, 20-35

Het was echt de week van het rode potlood – niet alleen ging en gaat heel Europa stemmen deze week – stemmen voor wijze mensen en veel zetels in Europa, maar ook is het nakijken van de eindexamens begonnen – ontelbare rode potloden gaan deze weken langs tekstverklaringen en de ingeleverde antwoorden op vragen aan middelbare scholieren – afgezien nog van de toetsweken en uitslagen van de CITO’s. Het ziet er altijd wat dreigend uit – dat rood – het voelt meteen al als ‘fout’ – wat gaat er aangestreept worden? – terwijl met diezelfde rode stift ook een goedkeurende krul wordt gemaakt of een goed cijfer wordt gegeven – evenals het ingekleurde hokje bij het stemmen.  Maar vandaag, op deze eerste groene zaterdag/zondag na al die witte zondagen vanaf Pasen, is dit rode potlood ook wel wat klinkt in alle drie de schriftlezingen – het is bijna de rode draad die door de liturgie van deze juniviering heengaat. De grote vraag eronder is: Waar komt het kwaad vandaan? Immers, God heeft de mens toch met de grootste zorgvuldigheid geschapen. Het boek Genesis geeft er mooie woorden aan: Alles kreeg vanaf het begin zijn plaats: licht en donker, aarde en water, de natuur, alles en alles – en zelfs de mens. Het staat er steeds: God zag dat het goed was. Geen rood potlood dus nodig… goed is goed, een 8 is genoeg. De mens, in al zijn veelkleurigheid, man, vrouw en alle variaties daarop, het werd de kroon op Gods schepping…. Maar toch… toen bleek dat de mens vrij was om te doen en te laten wat hij wilde, toen werd het lastig. Toen kwam dat ‘kwaad’ om de hoek kijken… het kwaad, vaak de ‘verdeler’ genoemd, de satan, de slang, de duivel, de demon, de verleider… geef hem of het een naam, maakt niet uit, maar iedereen begrijpt het wel. En ja, als je vrij bent, kun je verleid worden tot dingen die grensoverschrijdend zijn… die vrágen om een rood potlood en we weten inmiddels dat mensen elkaar voortdurend verleiden tot dingen die achteraf niet hadden gemoeten. Het oerverhaal uit Genesis vandaag vertelt ons dat God de mens probeert te corrigeren door te vragen: mensenkind, waarom verberg je je? Waarom doe je zoiets? We zouden het aan talloze mensen kunnen vragen: waarom zeg je zulke harde, akelige dingen? Waarom heb je een mes op zak? Waarom gebruik je veel te veel alcohol of verdovende middelen? Waarom zo chagrijnig? Je weet toch dat daar uiteindelijk een rood potlood doorheen gaat -zo haal je geen punten in het leven, zo jammer.  Paulus legt het duidelijk uit in die tweede lezing: geloven in Jezus is wel een uitdaging – gaat niet vanzelf goed… Het vraagt heel veel inzet, het vraagt om een diep vertrouwen waarmee je de verleidingen van het leven, de weerbarstigheid van onze taak als christenen, zou aankunnen. En Paulus gebruikt dan het beeld van de ‘tent’: ons aardse huis is als een tent – je kunt je verplaatsen, je kunt jezelf ook corrigeren en je kunt je ook verbeteren met je eigen potlood, je kunt de tentpinnen ook verzetten… als God maar het fundament blijft onder je voeten.

En ja, met die machten en stemmetjes van buiten hebben we allemaal te maken, of we willen of niet. Maar de kunst is om ermee óm te gaan… als we allemaal denken dat we anderen kunnen straffen voor iets dat ons niet zint, dat we fout vinden of niet leuk, dan gaat er nóg meer geweld in de wereld rond dan er nu al is. Ook Jezus heeft in het evangelie vandaag te maken met conflicten met de religieuze leiders in die tijd, zelfs met onrust bij zijn familie – en Jezus onderscheidt de kring die hem begrijpt en de kring die daarbuiten valt…

En eigenlijk herkennen we onszelf daar wel in … we vinden goedheid soms niet te begrijpen en we gebruiken ons eigen rode potlood vaak om anderen te be-oordelen of te ver-oordelen. Het gaat soms vanzelf. Jezus zegt dat ook: je kunt met kwaad “de ene satan de andere” het kwaad niet verdrijven. Is ook niet nodig. Meestal straft het kwaad zichzelf. Maar als je de goedheid van Jezus in je toelaat, de Heilige Geest, dan is er vergeving en altijd weer een weg vooruit.

Nee, de lezingen zeggen eigenlijk alle drie: stem op Jezus, maak Zijn vakje rood en laat je zó inspireren dat je als vanzelf binnen Zijn grenzen blijft, dan is dat hele rode potlood straks helemaal niet meer nodig.

Het is waar: de mens is wijs genoeg om het goede te doen. Zo uniek en flexibel zijn we. Hebben lang niet altijd een rood potlood nodig… maar de praktijk bewijst soms het tegendeel. Was het maar waar dat we met één pennenstreek de wereld konden verbeteren…de oorlogen stoppen… de armoede opheffen…

Toch is het waar: de schepping is in deze maand juni in onze omgeving de mooiste maand van het jaar. Het licht groeit elke dag, de natuur is in volle bloei, de zomer is in aantocht, de avonden worden langer en de vakanties lonken… Wat gaat er dan zo mis dat er zoveel kwaad is in de wereld?

Een 92-jarige man zei mij deze week – zijn vrouw al 7 jaar dementerend in een verpleeghuis – dat hij had gezegd tegen de huisarts toen zij opgenomen werd, dat, als het om mensen gaat, de Schepper ook wel eens prutswerk heeft afgeleverd – hij glimlachte er zelf bij. Maar toen we zíjn en hún-leven-samen doorspraken, gaf hij toe: het meeste was toch prima, aan de Schepper kan het eigenlijk niet liggen. Ziek-zijn is domme pech en gezondheid is geluk hebben, geen verdienste. Niet iedereen sláágt in het leven, niet iedereen slaagt in het goede… maar… elkaar en onszelf af en toe met het rode potlood corrigeren, kan geen kwaad. Zo blijven we mooi binnen de lijntjes en binnen de grenzen en dicht bij het goede, dichtbij God. Daar ging het allemaal om. Amen.

Pastor Nellie Hamersma

 

 

Deel dit artikel