Cultuurschatten van de Willibrorduskerk te Sappemeer: het Maria-altaar

Het hele item is te zien op Hoogezand-Sappemeer: Historie

Links van het hoogaltaar bevindt zich het Maria-altaar van gepolychromeerd eiken. Het neogotische altaar is in 1895 vervaardigd door Eugène de Fernelmont en kostte 1.850 gulden.

Onderaan zijn twee geschilderde engelen te zien met banderollen met daarop de tekst: “ave gratia plena” en “dominus terum” (Wees gegroet, Gij begenadigde, de Heer is met u).

 

Centraal staat een beeld van Maria met het Christuskind op de arm, de sierlijke s-lijn van het lichaam, de subtiele glimlach en de weelderige plooival zijn duidelijke tekenen van (neo)gothiek.

De ouders van Maria hadden God gesmeekt om een kind en de belofte gedaan om dit kind ook weer aan God af te staan. Anna en Joachim  kwamen deze belofte na en brachten Maria op driejarige leeftijd naar de tempel waar ze twaalf jaar lang zou helpen en bidden. De schildering op het linkerluik toont deze opdracht van Maria door haar ouders in de tempel, waarbij ze vervuld wordt door de Heilige Geest. Onder dit luik staat de tekst: “Offeret eam sacerdos ad altare” (De priester brengt de offers naar het altaar). Deze tekst heeft betrekking op de opdrachten die Maria als tempelmaagd moest vervullen.

In het reliëf ernaast wordt de visitatie in beeld gebracht. De zwangere Maria bezoekt haar nicht Elizabeth die voorziet dat Maria de moeder Gods zal worden. We zien hier hoe Elizabeth, die zwanger is van Johannes de Doper, knielt voor Maria. De tekst eronder luidt: “et intravit in domum Zachariae” (Zij ging het huis van Zacharias binnen {en begroette Elizabeth}).

In het rechter reliëf is de opdracht van het kind Jezus in de tempel (Maria-Lichtmis) uitgebeeld. Volgens de Joodse traditie moest het eerstgeboren kind worden “vrijgekocht” tevens moest de moeder 40 dagen na de geboorte een zuiveringsoffer brengen. De oude Simeon houdt het kind in zijn armen en zou hier gezegd hebben: “Mijn ogen hebben thans Uw Heil aanschouwd”. Ook Simeon ziet het kind dus al als de Messias. Ook Jozef en Maria en de profetes Hanna zijn hier afgebeeld. Jozef draagt twee duifjes bij zich; het offer der armen. Hieronder de tekst: “Tulerunt illum in Jerusalem” (brachten ze Hem naar Jeruzalem).

Tenslotte is op het laatste luik de Heilige Familie geschilderd. Jozef is als timmerman in zijn werkplaats afgebeeld, Maria zit lezend terzijde en links zit Jezus met een passer in de hand. Hij lijkt aandachtig te luisteren. Onder deze voorstelling staat geschreven: “et erat subditus illis” (en hij (Jezus) was hen onderdanig).

 

In gesloten toestand zijn op beide luiken engelfiguren te zien die banderollen vasthoud- en met de tekst: “Tota pulchra es” en “et macula non est in te” (vrij vertaald: Geheel schoon zijt gij, Maria, niet door de erfzonde bevlekt).

 

Bronnen: “De Sint Willibrorduskerk te Sappemeer”, W. Friso en K.Holstein

“Kunstgeschiedenis”, A.E. de Jongh-Vermeulen en H.W. Welman

Deel dit artikel