Heilige van de maand H. Fredericus van Hallum

 

In deze rubriek beschrijven we maandelijks het heiligenleven van een van de vele heiligen die onze kerk kent. Dit keer de heilige Fredericus van Hallum, Norbertijn en Abt. Zijn gedachtenis we vieren op 3 maart.

Freerk Goslinga werd in het begin van de 12e eeuw geboren in het Friese plaatsje Hallum. Zijn vader verloor hij al vroeg. De pastoor zag wel iets in hem. Hij begon hem Latijn te leren. Later liet hij hem op zijn kosten verder studeren in München. Op 25-jarige leeftijd werd hij te Utrecht priester gewijd. Daarna keerde hij terug naar Hallum als assistent van de pastoor.

Van Fredericus wordt verteld, dat hij vele mensen tot de christelijke levenswijze wist te bekeren. Toen hij als zielzorger werkte te Hallum, wist hij ook het hart van een zekere Wybren te raken, een berucht man uit de omgeving De meeste mensen gingen hem het liefste uit de weg; hij had immers zelfs al een paar moorden op zijn geweten. Maar op een dag werd hij getroffen door een preek van Fredericus. Omdat hij de pastoor wilde vragen, op welke manier hij boete kon gaan doen voor al zijn bedreven zonden, begaf hij zich naar diens huis om hem daar op te wachten. Frederik was echter nogal bang uitgevallen en vluchtte de kerk in. Wybren, nu vastbesloten om zijn leven te beteren en vergeving te vragen, ging ook de kerk binnen. Maar de man die er zo vervaarlijk uitzag, wierp zich berouwvol op de grond en stortte zijn hart uit in een algemene biecht, smeekte om vergiffenis van al zijn zonden en vroeg om een passende penitentie. Daarop leidde Wybren verder het teruggetrokken en godgewijde leven van een kluizenaar.

Na de dood van zijn moeder stichtte Freerk het Friese klooster Mariëngaard. De monniken volgden de regel van Norbertus; die was toen net nieuw. Frederik was een voorbeeldig monnik. Hij bad en vastte veel, was altijd goedgehumeurd en hulpvaardig. Zijn medebroeders vonden het zelfs een teken van zijn heiligheid dat hij tot op hoge leeftijd zonder stok liep.

Tijdens de Reformatie werden zijn relieken overgebracht naar het Belgische Norbertijner klooster te Tongerlo, tezamen met die van zijn opvolger Siardus.

 

 

 

 

 

 

Deel dit artikel