Handelingen 1, 1-11; Efeze 1, 17-23; Mattheüs 28, 16-20
Het was een prachtig antwoord deze week bij de Vormselles toen ik aan de vormelingen vroeg: wie kan vertellen wat Hemelvaart betekent?
Er waren verschillende goede en minder goede antwoorden, maar één van hen zei: “toen ging Jezus in rook op”.
Ik moest wel erg lachen om dit antwoord, maar het heeft me ook niet meer losgelaten. Ik zag het helemaal voor me: de leerlingen om Jezus heen, hij zegt gedag en bijna – neemt u me de vergelijkingen even niet kwalijk – bijna als de acts op het songfestival van San Marino en Servië, bijna als de demonstranten in Loosdrecht deze week, zag je hem gewoon niet meer door alle rookbommen, vuurwerk- dingen die tegenwoordig voetbalsupporters op het veld gooien als ze het met de scheidsrechter of met de uitslag niet eens zijn….
Het lijkt wel iets van anno 2026… een manier om iets te uiten, rook – maar in die rook schuilt ook iets van drama, boosheid, teleurstelling, protest…
Jezus is ten hemel opgenomen, zo viert de Kerk vandaag en van rook was daar geen sprake – maar… dat het voor de vrienden van Jezus als drama, boosheid, teleurstelling, protest voelde, alsof hij in rook was opgegaan, klinkt niet helemaal vreemd. Bovendien, als je iemand kwijtraakt die je lief is, of dat is door ‘naar de hemel gaan’ of door ergens anders moeten gaan wonen bv door gezondheidsdingen of door emigratie of nog anders…dat zijn drama’s, dat is pijnlijk.
Maar als we op deze dag nadenken over het ‘contact tussen hemel en aarde’, en we schakelen de geschiedenis terug, dan komen we misschien toch uit bij ‘rook’. Immers, was het niet zo bij het offer van Kain en Abel, dat er middels rook contact was tussen hemel en aarde en dat het offer van Abel aanvaard werd? Net als het signaal dat Abraham afgaf toen hij met zijn zoon Isaak de berg opging en een reukoffer/rookoffer voor God voorbereidde?
Zelfs de Indianencultuur kent dat: Indianen gebruikten rooksignalen als een eenvoudige maar effectieve manier om over grote afstanden te communiceren, om te waarschuwen voor vijanden of belangrijke gebeurtenissen aan te kondigen. En de oude verhalen, van mensen aangespoeld op een onbewoond eiland. Om nog maar niet te spreken over de witte rook die er uit de schoorsteen van de Sixtijnse kapel komt als er een Paus is gekozen.
Deze week was daar precies een jaar geleden Paus Leo.
We vieren vandaag, met alle christenen van de wereld, Hemelvaart, Hemelvaart van de Heer. Zowel in de 1e lezing als in het evangelie horen we dat Jezus zijn leerlingen verlaat en wordt opgenomen in de hemel. Dat klinkt als afscheid, zijn apostelen blijven alleen achter. Maar is dat wel zo?
Juist in de schriftlezingen horen we dat Hemelvaart niet het einde is, maar een nieuw begin. De leerlingen staren Jezus na als Hij ten hemel wordt opgenomen, kijken tot ze Hem niet meer kunnen zien, maar Jezus zendt engelen die zeggen: ‘Waarom staan jullie naar de hemel te kijken?’ Met andere woorden: ‘Blijf niet hangen in het verleden. Blijf niet stilstaan. Ga verder. Trek Jezus’ spoor op deze aarde verder… Natuurlijk kijken we soms achterom, naar hoe het vroeger was, maar Jezus zegt ‘Wacht niet. Ga nú op weg. Ga en maak alle volkeren tot mijn leerlingen.’ Dat klinkt ambitieus! Zo van: zend maar rooksignalen uit, dan weet men: je komt eraan! Door zulke kleine signalen wordt zichtbaar dat wij bij Jezus horen en dat wij zijn Missie begrepen hebben. En vragen we ons af waar Jezus is, dan antwoordt Hij: ‘Ik ben met je, zelfs tot aan de voltooiing van de wereld.’
Hij gaat dus weg, maar blijft. Hij blijft aanwezig in zijn Woord, in de Heilige Communie, in mensen om ons heen, in wie klein en kwetsbaar is. In elke vorm van liefde-tonen, wordt Hij zichtbaar. Elke keer als wij kiezen voor de naaste boven eigenbelang, is Hij er. En we hoeven het niet alleen te doen: Hij belooft ons zijn Geest. Hij laat ons niet aan ons lot over. Hij geeft ons kracht, ook als we ons zwak voelen. Nee, Hij is nooit in rook opgegaan.
Natuurlijk: ook de apostelen waren geen helden: Ze waren bang, onzeker, hadden twijfels, wij ook. Maar Hemelvaart betekent in de geur van Jezus niet naar boven kijken, maar om ons heen. God is niet ver weg. Hij is aanwezig in het gewone leven. De hemel is niet ‘later’. De hemel begint waar wij leven in liefde, in Gods liefde. In de toespraken van Lucas en Paulus in de 1e en 2e lezing horen we hoe Jezus het heeft aangepakt – hoe we als volgelingen in de rook van Jezus’ leven-op-aarde de hemel dichtbij kunnen halen: In kleine zinnetjes hoor je Hem zeggen: ‘Doe altijd wat je zegt, vergeld kwaad met goed, wees bescheiden, verras mensen met je hartelijkheid en je hulpvaardigheid.’
Ja, er staat: ‘een wolk onttrok Hem aan het gezicht.’ Onze vormeling had het nog niet zo verkeerd: soms zie je even door de rook, door de wolken, niet meer de weg vooruit… maar als je gelooft, dat Jezus, vanuit de hemel, aan de rechterhand van God zit, en vandaar ons inspireert, dan merken we dat het zo werkt: zijn woorden: Ik ben met je… de hele mensengeschiedenis door is dat ook zo gebleken… Er gaat veel mis, maar ook veel heel erg goed.
Hemelvaart laat als het ware de rookmelder weer even horen… geen fijn geluid maar wel een teken dat Jezus niet weg is…
Deze 40e dag van Pasen laat ons zien dat de Hemelvaartsomstandigheden van toen nog actueel zijn: velen nemen de aarde in beslag en vergeten dat ze de inspiratie van boven krijgen… Over 10 dagen is het Pinksteren – laat vandaag de introductiedag van Pinksteren zijn – in de rook van Pasen en in de geur van Pinksteren verlangen we deze dag, méér dan ooit, naar een goede wereld, naar redding in de nood, naar de hemel op aarde. Amen.
