Voeten uit het plafond

 

In Engeland is een Maria-bedevaartplaats: Onze Lieve Vrouw van Walsingham. Lady Richeldis, vrouwe van Walsingham, kreeg in het jaar 1061 een ingeving van Maria met de opdracht om een replica te bouwen van het huis waarin Maria zelf geboren was en waar ze de aankondiging van de geboorte van Jezus kreeg. Zij volgde onmiddellijk deze opdracht op en bouwde een huis. Dit raakte langzaam bekend en in 1150 bouwde een groep augustijnen een priorij vlakbij. Zo groeide de bekendheid van de bedevaartplaats. “Engeland’s Nazareth” wordt het ook wel genoemd. Helaas heeft Hendrik de 8e rond 1538 veel vernietigd, maar begin vorige eeuw bliezen zowel katholieken als anglicanen het heiligdom nieuw leven in.

In de anglicaanse kapel zijn de altaren gerangschikt naar het model van de Rozenkrans, één altaar voor elk van de vijftien geheimen. Elk altaar heeft een beeld, een schilderij of een raam, dat verwijst naar het betreffende geheim. Als je bij het altaar van de Hemelvaart komt, zie je allereerst een schilderij van Maria met kind. Maar als je omhoog kijkt, zie je twee voeten die uit het plafond steken. Toch wel een aparte weergave van de Hemelvaart. De voeten van Christus, vlak voordat ze in de wolken verdwijnen. Het is een wijze van afbeelden dat in de Middeleeuwen vaker voorkwam.

Misschien kan het ons op het spoor zetten van een belangrijke dimensie van het feest van de Hemelvaart. Want wat extra opvalt, is dat op de voeten nog steeds de kruiswonden zichtbaar zijn. Christus draagt ze als het ware terug naar de hemel. Je zou kunnen zeggen dat het ónze wonden zijn: ze zijn Hem door mensen aangedaan. Maar het zijn ook ónze wonden, in de zin dat Hij voor ons gestorven is. Als “God met ons”, heeft Hij de butsen en schrammen willen dragen die bij mens-zijn horen. Ieder van ons raakt gewond door het leven. Wonden van verdriet, wonden van teleurstelling, zorgen, schaamte of wanhoop. Vaak lopen we er niet mee te koop. Ook al deze wonden draagt Christus met zich mee naar de hemel. Al die dingen die we voor anderen verborgen willen houden, misschien zelfs voor God, Christus laat ze zien, namens ons. Wetend van al ons menselijk vallen en falen zegt Christus tot ons: “Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld.”

 

We hoeven niet meer naar de hemel te staren. Misschien als we de planeet Mars willen zien, en dromen of gruwen van een enkele reis daar naar toe. Of als we kijken naar het ruimtestation ISS, dat soms als een heldere ster overkomt. Maar Christus zal in de gaven van de Eucharistie en door de heilige Geest onder ons zijn, tot in lengte van dagen.

 

pastoor Albert Buter

Deel dit artikel