Jesaja 22,19-23; Romeinen 11,33-36; Mattheus 16, 13-20
Er was eens een man die zo geleerd was, dat hij er bijna gek van werd.
Hij ontwierp het wiel om mensen sneller bij elkaar te brengen, maar in plaats daarvan reden mensen elkaar ondersteboven.
Hij vond het buskruit uit om bergen van misverstand tussen mensen weg te blazen, maar de mensen bliezen elkaar op.
Hij splitste atomen voor vreedzame doeleinden, maar de aarde beefde door het gebruik van atoom tot op haar grondvesten. De man wist van geen ophouden. Hij ontdekte allemaal middelen om de natuur te zuiveren, maar de vissen stierven, de bomen vielen om en de vogels vluchtten weg.
Maar op een dag ontdekte de man iets wonderlijks dat zijn geloof in zijn eigen kunnen omver dreigde te halen: n.l. hij ontdekte zijn naaste! Hij stond op om die te gaan helpen. Zijn naasten schrokken zich een hoedje, zo kenden ze hem niet… ze vroegen zich af of het wel écht was en geen A.I.
Opeens had hij de sleutel ontdekt, die toegang gaf tot een zinvol leven, toegang tot Gods Koninkrijk en zijn Gerechtigheid. De sleutel…sleutels…
We kennen ze in soorten en maten. En hoewel anno 2026 veel sleutels zijn vervangen door pasjes, voor auto’s, hotelkamers en veel méér, staan we soms versteld over het aantal sleutels en sleuteltjes die we bezitten.
Toen we 2 jaar geleden een huis moesten leegruimen omdat de bewoonster- zonder-familie naar een verpleeghuis verhuisde, vonden we een doosje met ontelbaar veel sleutels… geen idee waarvan… Wij, mensen, hebben méér toegang tot dingen dan we zelf denken… Het is maar een klein staafje ijzer, maar je kunt er de zwaarste deur mee open krijgen. Wie de sleutel heeft, heeft toegang, heeft ook macht om binnen te komen en om anderen binnen te laten. Die macht hebben we allemaal, want wat zijn er een sleutels op de wereld. Zonder sleutel kun je niets: Je kunt de mooiste Max-Verstappen-race-auto hebben, zonder sleutel ben je nergens en blijft je wagen staan.
Inmiddels zijn ook scholen en openbare gebouwen voorzien van kluisjes en sleutels, alles is achter slot en grendel. Maar welke sleutel brengt ons echte veiligheid? Welke sleutel verschaft ons toegang tot het hart van mensen?
De eerste lezing en het evangelie reiken ons wel wat antwoorden aan: deze lezingen liggen vandaag in elkaars verlengde: allebei gaan ze over een man die de sleutelmacht toebedeeld krijgt, en daarmee de mogelijkheid iemand ergens toe te laten of de toegang te weigeren. Mattheüs leefde zeven, acht eeuwen later dan Jesaja maar hij lijkt toch geïnspireerd door Jesaja’s tekst. Als Petrus de sleutels van het Koninkrijk van God in handen krijgt toevertrouwd, verbindt hem dat met de hemel… Maar hoe doen wij dat? Wat moeten we met een doosje rammelende sleutels als de sleutel naar levensgeluk er niet in zit?
En hoe vaak blijken sleutels vals, nep, teken van macht maar niet de sleutel van de liefde. Als Jezus zijn leerlingen in het evangelie vraagt wie de mensen zeggen dat Hij is en wie zij zelf denken dat Hij is, dan vraagt Hij in feite naar welke sleutel men in handen heeft om Gods Huis te openen. Om iets te snappen van God (en dat is al moeilijk genoeg) om iets te snappen van liefde (en dat is ook al moeilijk genoeg), om iets te begrijpen van dat Koninkrijk (de aarde zoals we hem zouden willen en zoals God hem zou willen zien) dan is het belangrijk dat we de toegangshekken van ons eigen hart open maken, dat we ons hart openstellen voor de naaste – Dat is de sleutel, die Jezus geeft aan Petrus: De sleutel om te binden en te ontbinden. Eerst heette Petrus ‘Simon’ zoals u vast wel weet. Als ‘Simon’ de naam ‘Petrus’ krijgt, is dat omdat hij als een rots zo sterk, het fundament zou kunnen zijn van Gods kerk, en dan niet als gebouw maar als verzameling van gelovigen die dezelfde geloofsbelijdenis van Petrus van harte onderschrijven, onderstrepen. De beweging van leerlingen die Jezus ooit in gang heeft gezet, heeft leiders nodig zoals Petrus, die symbolisch de sleutel hebben – die hun geloof handen en voeten geven, aan de hand van de tien Woorden, van gebruiken en voorschriften die waardevol zijn. In God Koninkrijk zijn deuren nooit op slot, maar staan wijd open voor iedereen die het slot van zijn hart verwijdert. Als het gaat om levensgeluk voor ons en onze kinderen, als het gaat om de Kerk van morgen, dan zijn geen hoogmoedige hofmaarschalken als Sebna nodig, maar sleutelfiguren die weliswaar over het paleis, over bestuur, de goederen, het geld en de veiligheid gaan, maar die eerst en vooral dienaar willen zijn en de sleutel van de liefde hanteren. De sleutel die alle poorten opent is de sleutel van de liefde. Jezus waarschuwt: Nee, niet al de geleerden die buskruit of het wiel uitvonden of atoomsplitsingen zijn het die overal binnenkomen, maar degenen die de sleutels van het koninkrijk zijn gegeven, omdat zij hun geloof belijden zoals Petrus: ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God.’ Ja, Petrus, rammelt wat met de sleutels, maar die sleutels passen nergens op. Petrus weet dat. Die sleutels zijn maar een onderpand, geen loper waarmee je onbescheiden overal naar binnen stappen met je evangelie en je pretenties, maar de echte sleutel is ingebakken, vraagt geduld, eenvoud en rustig aankloppen aan de deur van het hart van je naaste.
Die echte sleutel, die hebben we allemaal bij ons, die is ingebakken, niet alleen vandaag maar gewoon altijd. Amen.
