OVERWEGING 5e zondag van Pasen A – 3 mei 2026

 

Handelingen 6, 1-7; 1 Petrus 2, 4-9; Johannes 14,1-12

 

Soms heb je dat wel eens: dat je denkt: dit heb ik toch wel eens meegemaakt? We hebben daar niet eens een goed Nederlands woord voor:

  Noem het een Aha-Erlebnis, een flashback of een déjà-vu….  Dat je kijkt in de spiegel van de wereld en dat je denkt: ach…. Dit heb ik meer gezien!

Dat zeggen mensen die de 70er jaren meemaakten van de oliecrisis nu, dat zeggen velen die de oorlogsbeelden en uitingen van antisemitisme zien, dat zeggen we zelfs bij de bosbranden van deze afgelopen droge week…

Hé, l’histoire se répète… de geschiedenis herhaalt zich.

Dat hebben we óók vandaag en op meerdere van de zondagen tussen Pasen en Pinksteren… als we horen over het vormen van de eerste christengemeenten…

Je kunt ze één op één spiegelen aan eerdere momenten óf aan dingen die tóén gebeurden en aan wat we nú voor ons zien….

De twee Bijbellezingen zijn heel actueel; De eerste lezing uit de Handelingen van de apostelen voert ons binnen in het leven van de eerste christenen. Hun aantal groeit sterk en zelfs presbyters, oudsten, ouderlingen, priesters, sluiten zich bij hen aan. Maar tegelijkertijd zien we spanningen ontstaan tussen Griekse en Hebreeuwse christenen, omdat Griekse weduwen bij de dagelijkse zorg vaak over het hoofd worden gezien.

Het begon allemaal zo mooi – in een eerder hoofdstuk twee schrijft Lucas: Allen die tot geloof gekomen waren, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten hun eigendommen en bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Alsof je het zó kunt spiegelen aan vandaag: De Griekstaligen verwijten de Hebreeuwssprekenden dat weduwen uit hun groep bij hun ondersteuning achtergesteld worden. De apostelen treden kordaat op: zij roepen iedereen bij elkaar en komen met een voorstel. Die zorg voor de weduwen (toen zonder uitkering, dus de arme groep) gaat hun ter harte: Immers, zelfs in de wet van Mozes stond al dat men ‘van weduwen het overkleed niet in pand mag nemen’ (Deut. 24,17-21). Daarna worden zeven wijze mannen uitgekozen om de zorg voor weduwen, voor armen, op zich te nemen. Het diaconaat is geboren… diakens in de Reformatorische kerken, diakens in de katholieke Kerk: weliswaar erg verschillend ingevuld in de traditie maar met dezelfde zorgtaak… je kunt ze aan elkaar spiegelen.

  Misschien is dit juist hun hoofdtaak: omzien naar wie niet meetellen, uit de boot vallen, in de maatschappij, in de wereld, in de Kerk. Een taak die rechtstreeks te spiegelen is aan wat Jezus voorleefde, het gebod van de liefde.

Met die taak en aanstelling groeit de jonge Kerk niet alleen in aantal, maar ook in geloof, in diepte en in geloofwaardigheid. Een kerk, een wereld die niet wegkijkt bij problemen, die zoekt naar rechtvaardige oplossingen

Zo herkenbaar en actueel de problematiek is in de eerste lezing, zo herkenbaar en actueel zijn ook de twijfels van de apostelen bij Jezus’ afscheidsrede tijdens het Laatste Avondmaal in het evangelie. Alsof we in de spiegel kijken: ‘Heer, wij weten niet waar Gij heengaat; hoe moeten wij de weg dan kennen,’ vraagt Thomas. Of Filippus die zegt: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen wij niet’, zegt hij. Twijfels en onzekerheden die je niet opzoekt, die je van huis uit niet hebt, maar die het leven soms wel veroorzaakt: Als we een groot verlies lijden, bij een slecht bericht van het ziekenhuis of als we de onophoudelijke bombardementen zien, dan schiet toch die vraag door je heen: waar is God? Jezus’ antwoord klinkt vandaag: ‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op Mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers’, dat geeft ook ruimte voor onze twijfels, voor onze tekorten, voor onze maar half geslaagde pogingen om Hem echt te volgen. We zijn niet perfect en als God perfecte mensen had gewild, dan had Hij ze wel gemaakt… Ons leven en ons christen-zijn is een weg van vallen en opstaan, van vreugde en verdriet, met inzet en met teleurstelling. En altijd weer spiegelen we ons aan Hem die het ook niet cadeau kreeg, Jezus zelf. Welke weg zullen we gaan? “Ik ben de weg, de waarheid en het leven” zegt Jezus – volg me maar. Wees niet verontrust, durf te geloven … ook al zijn we van tijd tot tijd verontrust over gebrek aan voorgangers, leeglopende kerken, soms zelfs over een leeglopend geloof. Geloven ís ook niet eenvoudig…

Ook dát is niet nieuw…. De geschiedenis van mensen kent crisis op crisis… conflict op conflict om van oorlogen maar niet te spreken… niets nieuws onder de zon… Maar juist crisistijden bepalen ons bij wat het leven écht is:

Waar vertrouw je op? Wat is de basis? Wat is je taak, je hoofdtaak in het leven?

Als we ons leven spiegelen aan Jezus, dan zien we Hem terug in mensen die hun best doen om zich in te zetten voor een betere wereld, dat zien we Hem op plaatsen waar liefde gedaan wordt zeker aan mensen die het moeilijk hebben.

Nee, simpel is het niet, maar het begint met ons niet te verontrusten als de wind tegenzit, omdat het niet meevalt, omdat het niet zo gaat als we voor ogen hadden. Dat is immers ook van alle tijden… Juist daarin hebben we Jezus nodig: om overbodige zorgen los te laten, om het kleine niet te groot te maken en ons te concentreren op wat echt telt: geloven in God als Weg om te gaan, als Waarheid om na te volgen, als Leven dat écht leven is.

Kijk in de spiegel naar Jezus en je ziet God, kijk in de spiegel naar jezelf, en je ziet een mens van God, zo goed als het gaat, op weg in het leven naar God toe. En God, God ziet ons. Amen.

Nellie Hamersma