De dag, de vijftigste na Pasen, begon in Jeruzalem als zoveel andere. De bazaar kwam tot leven, winkeltjes gingen open, waterdragers deden hun ronde, ezeldrijvers manoeuvreerden door smalle straatjes, de tollenaar ging op pad, vrouwen met wasgoed begaven zich naar de waterput, bedelaars en melaatsen kwamen uit hun schuilplaatsen, werklieden boden zich overal te huur aan.
En toen was daar ineens het gerucht dat er iets gaande was in de buurt van de Olijfberg. Nieuwsgierigen snelden erheen. Daar zagen ze een groepje mensen op een verhoging terwijl een van hen, Petrus, de leider, een menigte toesprak. Het ging over de man, Jezus, die veel in het nieuws was en zeven weken eerder vanwege zijn opvattingen ter dood was gebracht. En nu verdedigden deze mensen hem en verkondigden nota bene dezelfde leer. Je moest maar durven!
En inderdaad, het ontbrak de spreker niet aan moed. Hij sprak met dezelfde bevlogenheid als zijn Meester, verkondigde dezelfde leer, riep mensen op tot een levensstijl, passend bij Zijn opvattingen over een Nieuwe Aarde. Veel toehoorders raakten zelf bevlogen, voelden een soort vibratie. De ochtend was vol verwachting. Terugkijkend bleek het de geboortedag van het Christendom. Want het bleef niet bij die ochtend. Ook de volgende dagen en weken was de Boodschap overal te horen in een steeds wijdere omgeving. Er kwam een beweging op gang waar velen bij wilden horen.
Binnen eeuwen verspreidde de nieuwe leer zich over het Romeinse Rijk en daarbuiten tot aan de kusten van Ierland en India. Kerken werden gebouwd, kloosters gesticht, monniken pionierden op gebied van zorg, onderwijs, ontginning, landbouw en wetenschap. Wat begon als een beweging ontwikkelde zich tot een instituut met een bestuur, officiële leer, moraaltheologie en liturgie. De uitbreiding ging verder, soms met geweld, soms meeliftend met veroveringen, maar doorgaans door de kracht van het Verhaal. Anno 2026 zijn 1.4 miljard mensen wereldwijd lid van de katholieke kerk. Maar waartoe zijn we kerk op aarde? Wat is onze missie?
Die missie begon met een Nieuw Testament, beschrijvingen van daden en opvattingen van Jezus en zijn apostelen, samen een soort blauwdruk voor een Nieuwe Aarde, de gewenste stip aan de horizon. Daar verwijzen ze naar. Die kant moet het op. Hoe? De parabel van de Barmhartige Samaritaan leert hoe om te gaan met medemensen; de Goede Herder hoe je als leider te gedragen. Het verhaal hoe Jezus melaatsen tegemoet treedt is een sterk pleidooi om iedereen een plek in de samenleving te gunnen.
Samenlevingen hebben regels nodig, een grondwet. Ook hierin is voorzien in die Nieuwe Aarde. Ze bestaat uit één richtlijn: ‘Bemin God boven alles, en je naaste als jezelf’.
Volstaat dit voor de Nieuwe Aarde? Wie deze regel tot de zijne maakt, beweegt zich niet hufterig in het verkeer, gooit geen vuurwerk naar hulpverleners, steelt en bedriegt niet, maar heeft oog en oor voor medemensen om zich heen. Het is een ongemakkelijke richtlijn. Het vraagt nogal wat, maar is er een alternatief als die Nieuwe Aarde je lief is?
Toine Streppel
