OVERWEGING 22e zondag door het jaar A – 30 AUGUSTUS 2026

 

Jeremia 20, 7-9; Romeinen 12, 1-; Mattheüs 16, 21-27

Ja, er is wat af-gereisd deze zomer…. Niet alleen verwerkt Schiphol ruim 1300 vluchten per dag, 140.000 passagiers per dag en rijden er zo’n 200.000 auto’s per dag op de weg, dan spreken we nog niet over treinen en bussen. We kijken niet meer op een kilometer…Tegelijkertijd merken we dat we steeds slechter tegen vertragingen, wegversperringen en omleidingen kunnen, misschien nog algemener gezegd: naarmate het leven maakbaarder wordt, verdragen we steeds minder de blokkades en tegenslagen. Dat merken we aan het aantal mensen dat beroep doet op de zorg, dat merken we aan agressie in het verkeer, de haast in winkels, apotheken, overheidsinstellingen: ons geduld is beperkt en onze loyaliteit en clementie steeds minder. Blokkades: met afgrijzen zien we vaak de rood-witte linten: dán is de N33 dicht, dán de Eemshavenweg, dán afslagen van snelwegen, grenscontroles, drukte in Bad Nieuweschans, je eigen straat of weg… Als de school van de kinderen, de Kerk of winkels dicht zijn en we bedachten dat niet, geeft dat stress, kunnen we niet meer tegen.

En tegelijkertijd weten we dat ‘je bewegen naar iets’ nu eenmaal niet altijd zonder slag of stoot gaat, maar… naarmate ons leven hier op aarde mooier wordt, verdragen we steeds moeizamer de niet-mooie kanten.

Dat precies komt vandaag tot uiting in het pittige gesprek tussen Petrus en Jezus, en ook Jeremia in de 1e lezing, voelt de tweestrijd. Jeremia krijgt de opdracht om het volk te wijzen op onrecht en ontrouw naar God toe, maar het levert hem stokslagen op, gevangenschap, intimidatie … volop blokkades.

Hij kan nauwelijks verder, maar bemoedigd door de Heer, houdt hij vol, al zou hij liever stoppen. Hij voelt zich een soort politieke dissident te midden van onrecht en afglijden maar hij blijft zeggen wat er niet deugt in het land…

Nee, het werd hem niet in dank afgenomen – na zijn gevangenschap werd hij uitgelachen door vriend en vijand. Maar ergens laait er een vuur op in zijn hart, hij wil desnoods zijn leven in de waagschaal stellen om op te komen voor het recht van de verdrukte, voor voedsel voor de hongerige, voor zorg voor de behoeftige. Die tegenwerking verhindert hem niet om toch de drive te houden om de wereld te verbeteren: dat bonst hem in het hoofd, dat klopt in zijn hart, het geeft hem zuurstof in de aderen en het doet zijn handen en voeten gaan… Diep in zichzelf blijft hij trouw aan Gods opdracht, ondanks alles rode linten.

Vaak, heel vaak, brengt ‘t leven ook óns op kruispunten of rotondes die vragen om een radicale keuze…en als ons eigen welzijn in het geding komt, verlangen we naar dat vuur in ons hart, naar die stem in ons hoofd, die ons helpen trouw te zijn aan wat we echt voor ogen hebben en wat ons verbindt met God. De korte Paulustekst in de brief aan de Romeinen zegt hetzelfde: je hoeft niet gelijkvormig te worden aan de wereld, maar laat je keuze geïnspireerd zijn door je eigen wens om trouw te zijn aan God.

In het Mattheüs-evangelie, volgen we Jezus op weg naar Jeruzalem. ‘n Radicale keuze die hem heel veel blokkades oplevert. In gesprek met leerlingen horen we dat meteen: enerzijds is Hij voor hen de Gezalfde, de Zoon van de levende God, anderzijds is Hij de Lijdende die zijn leven verliest om het uiteindelijk te winnen. Petrus kan niet verdragen dat Jezus zal lijden; De boeiende figuur van Petrus, die zo sympathiek is, omdat hij zo menselijk is en zoveel blunders maakt. De ene keer is hij trefzeker, de andere keer slaat hij de plank totaal mis. Typisch Petrus. Jezus antwoordt met de 2 bekende uitdrukkingen: wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, wie zijn leven zal verliezen omwille van Mij, die zal het vinden. Jezus legt uit: Denk jij, Petrus, echt dat je het leven niet verliest? Wie kan de dood ontlopen? Petrus wil Jezus de blokkades laten ontlopen en Hem niet naar Jeruzalem laten gaan, de andere kant op juist, maar Jezus weet als geen ander: je kunt met ‘ontlopen’ het leven niet winnen.

Iemand tegenhouden zijn hart te volgen, is in feite zelfs een actie van ontrouw. Natuurlijk wil niemand lijden: Niemand heeft ‘n echt antwoord op ziekte, lijden en dood. Juist daarom wil Jezus niet gehinderd worden: Als Jezus Petrus dan ‘Satan’ noemt- een woord dat wij anders uitleggen – bedoelt Hij: ga niet ‘vóór iemand staan’, wees geen ‘tegenstander’, ‘sta-in-de-weg’ daarom zegt Jezus: “achter Mij..” Jezus stuurt Petrus niet weg maar zegt “achter Mij”, als volgeling kom je áchter me aan, loop je me niet voor de voeten.

Nee, Christen-zijn in deze tijd garandeert geen weg zonder rood-witte linten, geen weg van comfort en lekker-doen-wat-we-helemaal-zelf-willen, maar de weg van Jezus opgaan kan ons helpen ons kruis op te nemen, om weerstand te verdragen, ook als we niet snappen waar lijden en tegenslag voor nodig zijn. Jezus volgen is riskant, net zoals elk gewoon ritje in het verkeer risico’s kent.

We zagen het deze week in Nepal, eerder in Colombia, Venezuela en Japan, hoeveel je onderweg door een land kan overkomen. We weten het: je kunt vandaag gezond zijn en morgen niet meer.

Maar Jezus zegt: laat je niet bang maken en ook niet tegenhouden: blijf trouw aan je gestelde doelen, aan God, en reis met elkaar mee als mensen met wie je je angst en je hoop kunt delen. Wie zichzelf verliest, ervaart Gods liefde en geborgenheid als winst. De kunst is om niet weg te vluchten, niet te vechten als je geblokkeerd wordt, maar tegenslagen te verdragen, net zoals we geluk en voorspoed ook gewoon ontvangen.

God weet wat lijden is: Hij gaat met ons mee en vraagt ons om niet bij de pakken te blijven zitten, maar altijd weer met Hem op te staan.

Dat is dé uitdaging van ons leven – nooit saai – maar áls je die uitdaging wilt aangaan, is er altijd hulp van God. Amen.

Pastor Nellie Hamersma