OVERWEGING voor de 6e ZONDAG VAN PASEN A 9-10 mei 2026

INLEIDING

We sluiten hier in Nederland een bijzondere week af – niet alleen omdat er veel vrije dagen waren, sommigen nog meivakantie, maar ook omdat er veel gezamenlijkheid was, veel verbondenheid…

En toen deze week dat grote datacenter in de Flevopolder in brand raakte, toen merkten we pas hoezeer we met elkaar verbonden zijn via de onzichtbare draadjes en lijntjes in de lucht.

Als er ook maar één draadje verstoord wordt, gaat het al mis…

Door de brand kon men in de Universiteit van Utrecht al niet meer inloggen, waren in Harlingen de poortjes naar de boot van Vlieland en Terschelling ontregeld en konden huisartsen in Scheemda niet bij hun digitale dossiers…

Zozeer zijn we dus al verbonden…

En dat is nog maar Nederland…

In Australië werd een nieuw kindje in mijn familie geboren – volop contact – en in Canada overleed de dochter van dierbare parochianen uit Bellingwolde.

Volop filmpjes en foto’s…

Iets in ons, mensen, verbindt ons met elkaar… en in de schriftlezingen dit weekend noemt Jezus dat met nadruk ‘liefde’

Niet alleen digitaal maar ook met ons hart zijn we altijd verbonden met elkaar – dat merkten we op 4 mei in al onze dorpen, steden, gemeentes, dat merk je meer dan ooit bij leven en dood, bij gedenken en vieren.

Al ken of zie je elkaar lang niet altijd, er is iets onzichtbaars dat ons verbindt – dat ons helpt en moed en vertrouwen geeft. Noem het liefde, noem het God. Dat Gods Geest van liefde ons mag inspireren, dit uur, maar ook altijd.

 

Handelingen 8, 5-8.14-17    Johannes 14, 15-21

Soms denk je dat wel eens…

Als nu onze ouders zouden terugkomen in de wereld van nu, als onze geëmigreerde dorpsgenoten nu zouden terugkeren naar ons land, dan zouden ze vast rondkijken met de vraag ‘waar ben ik?’

De wereld verandert, verhardt, het dagelijks nieuws gaat voor meer dan de helft over oorlogen, conflicten, ruzies, rechtszaken, en dat in een land waarin velen van ons het beter hebben dan ooit, en daarmee is de droom van onze ouders en voorouders uitgekomen dat we het beter zouden krijgen als zij…

Er is veel veranderd… dat zagen we deze week met alle dagen en beelden van herdenken en vieren… 4 mei, 5 mei – ooit aten mensen suikerbieten en bloembollen in de hongerwinter… Nu wordt 22 miljoen kilo voedsel per jaar weggegooid… Ooit reden mensen een ritje naar het strand, nu vliegen we de wereld over… Ooit vormden mensen groepen: families, gemeenschappen, buurten, je ving elkaar op en hielp als vanzelfsprekend… je dacht in ‘én-én’   

Nu kennen we vaak onze nieuwe dorpsgenoten niet, mensen vieren feest op Bevrijdingsfestivals zonder elkaar te kennen… en misschien vinden we daar wat van, maar eerlijk is eerlijk: wij veranderen zelf ook mee… Ook bij ons is het ‘ik’ sterker geworden dan ‘wij’ en ook wij denken minder in ‘en-en’…

  Ooit werd het ampersand-symbool & uitgevonden – een vervorming van het Latijnse ‘et’ om mensen en dingen met elkaar te verbinden. Tegenwoordig kom je dat nauwelijks meer tegen.

Het is bijna vervangen door het ‘apenstaartje’ @ – ook een ét-symbool maar met heel andere betekenis. Ja: er is veel veranderd in 80 jaar – maar wat niet veranderd is… en dat is de liefde. Vandaag, zo vlak voor Hemelvaart, horen we dat Jezus’ belangrijkste boodschap als Hij de aarde verlaat is: de liefde. En liefde is nooit iets van één alleen… dat is altijd iets van én én… Als ergens de wereld, de samenleving, de Kerk behoefte aan heeft, is het aan ‘n boodschap van liefde die ons rustiger maakt en vertrouwen geeft.

Maandag 4 mei was er, voorafgaand aan dodenherdenking, een predikant van de krijgsmacht die kort het woord voerde in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Hij leidde het Onze Vader in en sprak over het grote verschil tussen het ‘wij’ van vroeger en het ‘ik’ van nu en hij zei: in het hele Onze Vader ontbreekt het woord ‘ik’: alles is ‘wij’ en ‘ons’. Dat is een eye-opener. Ik denk dat daar de kern schuilt van ons leven hier en nu. Waar mensen eerst uitgaan van ‘ik moet me er goed bij voelen’. ‘Ik ben belangrijk’, het moet gaan zoals ‘ik wil’, als een heel volk zichzelf vooropstelt en alleen om eigenbelang denkt, dan is de verbinding verbroken. Te midden van zoveel telefoontjes en contactjes, met Australië, met Canada en waar niet? is de eenzaamheid en de ‘losheid’ van mensen sterker dan ooit. Egoïsme doet de mensheid geen goed… Pas als je veel meemaakt, verplicht moet ‘los-laten’, juist als er een nieuw kindje wordt geboren, weet je we wat ‘we’ betekent.

De eerste lezing vandaag vertelt over het missionariswerk van diaken Filippus bij de Samaritanen. Filippus heeft succes met zijn verkondiging. De mensen luisteren naar zijn woorden en zien de tekenen die hij doet: hij helpt hen van hun boze en verwarde gedachten af, mensen die vastzaten, verlamden en kreupelen staan weer op en kunnen door. En doordat dit speelt in een tijd van ernstige vervolgingen in Jeruzalem, vluchtten mensen overal heen en werd de boodschap van Jezus wijd en zijd verspreid. Zo kwam Filippus ook in Samaria waar hij over Jezus preekte. De verhouding tussen Joden en Samaritanen was niet best. Filippus merkte dat relaties tussen mensen en groepen pas herstellen als er én-én’ wordt gedacht -als er verbinding wordt gemaakt, respect is, naastenliefde. In het Evangelie horen we hoe ook Jezus voelt dat het &-teken ontbreekt. Z’n vrienden lieten hem in de steek, Judas, Petrus: Hij moet zijn lot alleen ondergaan. Geen wonder dat Hij twijfelt aan ‘t geloof van zijn vrienden, zoals wij soms ook twijfelen aan ‘t vertrouwen van mensen in God en in elkaar.

Het lijkt moeilijk om Jezus’ boodschap van én-én-én, van liefde en vrede, te koesteren en uit te dragen: velen voelen zich te kort gedaan, onze ego’s hebben korte lontjes… Als we horen hoeveel hulpverleners en mensen in de zorg, en zelfs in de supermarkt een body-camera moeten dragen om veilig te zijn, vragen we ons af… wat is er met die liefde gebeurd? Waar is ons geduld gebleven, onze hartelijkheid en ons meeleven? Waar is ons &-teken?

Juist daarom bidt Jezus tot zijn Vader in de hemel dat Hij ons een Helper zou geven die altijd bij hen zou zijn: de heilige Geest. Die zal kracht geven om in alle omstandigheden liefde en vrede uit te dragen. De grote vraag is: staan wij daarvoor open? Ook in een wereld waarin mensen schreeuwen, elkaar haten, vuurwerkbommen gooien en elkaar niets gunnen? Laten we die Geest van liefde toe, ook wanneer de dood ons van nabij treft, ook als er verdriet is, tegenslag? Jezus laat ons die Geest na, als kostbare erfenis. In het evangelie hoorden we hoe Jezus zijn leerlingen moed inspreekt voordat Hij ten hemel vaart: ‘Ik laat je niet als wezen achter; Ik beloof je de Heilige Geest, als trooster, als Helper, ons Maatje onderweg, die bij ons blijft en ons helpt onze weg te gaan, ook als het niet makkelijk is. Nee, natuurlijk geen body-cams nodig, geen beveiligingsapparatuur, alleen maar liefde… die liefde die onze ouders de oorlog deed overleven, die liefde van waaruit velen hun leven gaven, die liefde die onze harde wereld kan verzachten en waarin we weer iets herkennen van ooit. Soms zou je terug willen naar die tijd: niet de tijd van suikerbieten eten en bloembollen, maar wel van dat èn-èn- &-teken, in die eensgezindheid en die vanzelfsprekendheid om het samen te doen. Wie weet komt die tijd wéér.  Amen.

Pastor Nellie Hamersma-Sluis