OVERWEGING 3e zondag van Pasen A 18-19 april 2026

Handelingen 2, 14.22-32; 1 Petrus 1, 17-21; Lucas 24, 13-35        scherven?

Onzekerheid, twijfel, teleurstelling: dat is wat de Emmaüsgangers in het evangelie vanavond/vandaag moeten verwerken terwijl ze onderweg zijn van Jeruzalem naar hun geboortedorp Emmaüs. Elf kilometer moeten ze gaan (staat er), radeloos en vertwijfeld. Die elf kilometer hebben ze minstens nodig om hun ellende uit te praten.

In deze meest bekende en geliefde tekst uit het Nieuwe Testament is het zeker de bedoeling dat we ons voorstellen dat wij die Emmaüsgangers kunnen zijn. Weg van de plaats waar iets ergs is gebeurd, weg van slecht nieuws, weg van ruzies en discussies, weg van oorlogsbeelden en namen van wereldleiders die die daarop dit moment bij passen… Weg van kerksluitingen, van alles wat onze mooie wereld en onze dromen kapotmaakt. We kunnen reisgenoten van de Emmaüsgangers zijn. Want net als zij kunnen ook wij overspoeld worden door onzekerheid en twijfel omdat onze hoop en onze idealen vaak botsen met de werkelijkheid. Waarom moet een mens eigenlijk zoveel ellende meemaken? Anders gezegd: Wat moeten we met al die scherven in ons leven? Waarom blijven de wereld, ons leven en ons kerkleven niet heel?

In het evangelie vandaag is opeens Jezus bij die vertwijfelde Emmaüsgangers. Zij zijn niet naar Hèm zijn gegaan, Hij is naar hèn gekomen. Was Hij toevallig toch daar onderweg, kwam Hij uit een zijweg of is Hij hen tegemoet gegaan? Dat is eigenlijk niet belangrijk, belangrijk is dat Hij ineens bij hen is.

Dat Hij aantoont dat God ons niet in de steek laat, zeker niet wanneer we in nood zijn of wanneer we ons verloren voelen.

We schrijven de weken na Pasen 2026….

En ja, in ons gebied – zeker (hier) in de Pekela’s voel je de teleurstelling en de pijn om wat voor het gevoel van velen, ook anders had kunnen zijn…. Net als na de laatste viering op 2e Paasdag voelen we met de Emmaüsgangers het trauma mee van hoop die verwoest is. En de vraag: Waren deze scherven nodig?

Maar het verhaal vertelt ons meer: Jezus start onherkenbaar – de verrijzenis is immers onbegrijpelijk – de Schrift wordt besproken en hun vragen -natuurlijk… leven-sterker-dan-de-dood is ook bijna niet te begrijpen.

De Emmaüsgangers hadden de opgestane Heer ontmoet, maar in hun teleurstelling en frustratie hadden ze helemaal niet door dat het Jezus was. Ze herkenden Hem niet aan zijn uiterlijk, niet aan zijn kleren, niet aan zijn tred, niet aan zijn oogopslag, niet aan zijn stem, maar wél aan de manier waarop Hij het brood met hen brak. Dat Hij het was, dat ze met de Opgestane Heer aan tafel zaten – dat drong pas door toen Hij het brood nam, dankte, het brak en het aan hen uitdeelde. Nemen, danken, breken, delen: het oergebaar. Tafel van één…

Hij deelt zichzelf uit, tastbaar voor de mensen die erbij waren. Hij deelt niet iets uit wat Hij gemakkelijk kon missen, de restjes waar Hij zelf toch niets meer mee deed: Hij deelt echt zichzelf uit, Hij legt zijn hele ziel en zaligheid in het brood, en in de woorden die Hij erbij sprak. Breken en delen – ieder een deel, elkaar gunnen en eerlijk is eerlijk: veel dingen kun je niet delen als je ze heel wilt houden. En veel kun je niet weggeven als je jezelf heel wilt houden. Jezus heeft zichzelf niet heel gehouden. Om zijn leerlingen ervan te verzekeren dat Gods liefde ons zelfs door lijden en dood heendraagt, heeft Hij zijn eigen heelheid opgegeven. Hij heeft zich laten breken om het leven uit te kunnen delen. Natuurlijk herkennen we dit: om anderen te kunnen geven, vraagt het van je om je zelf iets op te geven, om van iets af te zien. Je eigen gave leventje moet soms gebroken worden om te kunnen uitdelen wat je anderen gunt. Eerst al je tijd, die je soms graag voor jezelf zou willen hebben: daar breek je een stuk af voor kinderen of kleinkinderen, voor ouders, buren of vrienden, een stuk voor je kerk of je vereniging. Breken en uitdelen, je doet het met je tijd, met je geld, soms ook met je hart.

De oude heelheid, die van ons ongestoorde leven, wordt stukgebroken om te kunnen delen, precies zoals Jezus deed… Zo zijn we onderweg naar de nieuwe heelheid – waarin God ons met elkaar verbindt, met heel de schepping, met zelf. Daarom gaat ’t Emmaüsgangersverhaal over ons, hier, nu!

Bij veel dingen die we eigenlijk niet willen, zeggen we vaak: het moest zo zijn, het moest gebeuren. Dit is gewoon de geschiedenis van God met de mensen.

Niemand komt zonder kleerscheuren het leven door, niemand komt zonder scherven door de levensjaren heen…

Maar die geschiedenis gaat wel altijd verder, zo zegt de vreemdeling in dit verhaal…zo zegt Jezus ons. Laten we naar het leven durven kijken als een gebeuren waar God niet buiten staat, waar je altijd sporen vindt van Gods aanwezigheid. Juist met de scherven in de hand ontdek je jouw kracht, soms zelfs je roeping in het leven zelf. Hoe vaak beseffen we niet met de scherven in handen, onze kracht om te troosten, om lief te hebben, om trouw te blijven, ontdekken we wat moed is, en creativiteit. Natuurlijk blijft vaak de vraag liggen: Hoe verder? Juist als je denkt: het is afgelopen, ontdek je vaak een metgezel, een gids die niet probeert te lijmen en te helen, maar die wijst op verdergaan: het brood nemen, het breken, het uitreiken, God danken en dan met de ogen van je hart zien dat Jezus zelf als gebroken mens zichzelf uit handen heeft gegeven. Aan deze tafel hier is Jezus de gastheer, maar ook onze reisgezel, en als wij zeggen: ‘Blijf bij ons, Heer! – dan blijft Hij ook. Dat houdt Hij een plaats in ons leven, en wij een plaats aan Zijn tafel.

We vertrekken niet zonder elkaar, ook niet zonder God, nooit. Amen.